Schouderklachten zien we vrijwel iedere dag in de praktijk. De één krijgt pijn na een verkeerde beweging of tijdens het sporten, terwijl een ander eigenlijk helemaal niet precies kan aangeven wanneer de klachten begonnen zijn. Soms sluipen de klachten er langzaam in en merkt iemand pas na een tijdje hoeveel hij of zij eigenlijk is gaan aanpassen in het dagelijks leven.
“Ik kan mijn arm eigenlijk prima bewegen, maar zodra ik iets uit een hoge kast pak voel ik hem.”
Een andere klacht die we vaak horen, is dat het overdag nog redelijk gaat maar dat de schouder vooral ’s nachts opspeelt.
“Overdag red ik me wel, maar ik kan ’s nachts niet meer op die schouder liggen.”
Dat zijn voor ons belangrijke aanwijzingen, maar het onderzoek begint nooit alleen bij de plek waar iemand pijn aangeeft. We willen weten wanneer de klachten ontstaan, welke bewegingen gevoelig zijn, hoe lang iemand er al last van heeft en vooral wat iemand door die schouder niet meer kan doen zoals hij gewend was. Daarna volgt het lichamelijk onderzoek. We kijken naar de beweeglijkheid van de schouder, de kracht van verschillende spiergroepen en naar bewegingen die de klachten uitlokken. Daarbij bekijken we niet alleen het schoudergewricht zelf, maar ook hoe de schouder samenwerkt met het schouderblad en de nek.
In veel gevallen geeft het gesprek samen met het lichamelijk onderzoek al voldoende informatie om een behandeling te starten. Soms blijven er echter vragen bestaan. Misschien herstelt iemand minder snel dan verwacht, passen de klachten niet helemaal bij wat we tijdens het onderzoek vinden of willen we meer informatie over een bepaalde structuur rondom de schouder. Op dat moment kan echografie een waardevolle aanvulling zijn.
Met musculoskeletale echografie kunnen we verschillende oppervlakkige structuren rondom de schouder bekijken, waaronder de pezen van de rotator cuff en de slijmbeurs. Een voordeel van echografie is dat we niet alleen een stilstaand beeld krijgen. We kunnen de arm ook laten bewegen terwijl we meekijken en het beeld zo direct koppelen aan een beweging die wel of geen klachten veroorzaakt.
Dat klinkt misschien alsof de echo vervolgens het antwoord geeft op de vraag waar de pijn vandaan komt, maar zo eenvoudig ligt het gelukkig niet. Op een echo kunnen namelijk veranderingen zichtbaar zijn bij mensen die helemaal geen klachten hebben. Een afwijking op beeld betekent dus niet automatisch dat we daarmee de oorzaak van de pijn hebben gevonden. Andersom kan iemand behoorlijk veel last hebben terwijl er op de echo nauwelijks iets opvallends te zien is.
Daarom staat echografie bij ons nooit los van het lichamelijk onderzoek. We proberen het verhaal van de patiënt, onze bevindingen tijdens het onderzoek en eventueel het echobeeld bij elkaar te brengen. Het gaat ons niet om het vinden van zoveel mogelijk afwijkingen, maar om de vraag of wat we zien daadwerkelijk past bij de klachten en of die informatie iets verandert aan het behandelplan.
Wat er vervolgens gebeurt, verschilt per persoon. Soms bevestigt de echo wat we op basis van het lichamelijk onderzoek al verwachtten en kunnen we gericht verder met het opbouwen van kracht, bewegingscontrole en belastbaarheid. In andere gevallen geeft het onderzoek aanleiding om de behandeling aan te passen. En soms besluiten we dat overleg met de huisarts of aanvullend medisch onderzoek verstandig is.
“Dus er is wel iets te zien, maar ik hoef mijn schouder niet stil te houden?”
Dat is een vraag die mooi laat zien waarom goede uitleg zo belangrijk is. Veel mensen denken bij een afwijking op een echo automatisch dat er iets kapot is en dat rust de veiligste oplossing is. Terwijl het bij veel schouderklachten juist belangrijk is om te blijven bewegen en de belasting geleidelijk weer op te bouwen.
Wat iemand aankan en hoe snel dat opgebouwd kan worden, verschilt natuurlijk per situatie. Mensen willen weer normaal slapen, hun jas zonder pijn aantrekken, hun kind kunnen optillen, weer sporten of gewoon zonder nadenken iets boven hun hoofd kunnen pakken. Daar moet het onderzoek en uiteindelijk ook de behandeling naartoe werken.
“Ik wil eigenlijk maar één ding: weer kunnen tennissen zonder steeds met mijn schouder bezig te zijn.”
Dat is voor ons een veel belangrijker uitgangspunt dan alleen de vraag wat er op een echo zichtbaar is.
Afhankelijk van de klacht kan de behandeling bestaan uit uitleg en advies, gerichte oefentherapie, het verbeteren van kracht en bewegingscontrole en het stap voor stap hervatten van de activiteiten die voor iemand belangrijk zijn. Echografie gebruiken we wanneer het ons helpt om daarin betere keuzes te maken, niet omdat iedere pijnlijke schouder automatisch een echo nodig heeft.



Heb je al langere tijd last van je schouder, blijven bepaalde bewegingen gevoelig of merk je dat de klachten iedere keer terugkomen zodra je weer meer gaat doen? Dan kan het verstandig zijn om te laten onderzoeken wat er speelt. Bij Fysico beginnen we met het verhaal en een uitgebreid lichamelijk onderzoek. Wanneer daar aanleiding voor is, kunnen we dit aanvullen met musculoskeletale echografie.
Zo proberen we niet alleen vast te stellen waar iemand pijn heeft, maar vooral te begrijpen waarom die klachten blijven bestaan en wat er nodig is om weer met vertrouwen te kunnen bewegen.